donderdag 3 juni

Update Corona Steunmaatregelen

Sinds de uitbraak van het coronavirus medio maart 2020 heeft de overheid allerlei steunmaatregelen getroffen voor burgers en bedrijven. Sommige zijn inmiddels stopgezet, maar andere lopen nog steeds door, al dan niet in gewijzigde vorm. Binnenkort worden zowel verdere verlenging van de coronasteun als versoepelingen verwacht. Nu de tweede stap in het openingsplan is gezet, is dat een mooi moment voor een update van de belangrijkste lopende coronamaatregelen.

Fiscaal

Bijzonder uitstel aanvragen en verlengen

Tot 1 juli 2021 kan er nog voor het eerst uitstel van betaling of verlenging van het uitstel worden aangevraagd wegens de voortdurende coronacrisis. Voor ondernemers die op basis van de oude regeling al verlenging van eerder verkregen uitstel hebben gekregen, loopt het uitstel automatisch door tot 1 juli 2021. De opgebouwde belastingschuld hoeft niet meteen na 1 juli 2021 te worden voldaan.

Let op
De ingangsdatum van de betalingsregeling wordt waarschijnlijk verder opgeschoven van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Bovendien wordt de terugbetalingstermijn verlengd van 36 maanden naar  60 maanden. Dus de laatste aflossing hoeft pas in 2027 plaats te vinden. Eerder afbetalen mag. Belangrijk! als voorwaarde voor deze ruimhartige regeling geldt wel dat met ingang van 1 juli 2021 aan alle nieuw opkomende betalingsverplichtingen wordt voldaan!

Tijdig verlenging aanvragen
Het is belangrijk dat ondernemers die eerder een aanvraag voor drie maanden hadden ingediend – en na deze drie maanden niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen – zélf voor 1 juli alsnog om verlenging van het uitstel vragen. Doe je dit niet, dan loop je het risico om uitgesloten te worden voor de betalingsregeling van 60 maanden.

Versoepeld urencriterium tot 1 juli 2021

IB-ondernemers kunnen aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Voor toepassing van sommige faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet aan het zogenoemde urencriterium worden voldaan. Aan dit urencriterium wordt voldaan als de ondernemer tenminste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan zijn onderneming. Om te voorkomen dat ondernemers hun recht op deze faciliteiten verliezen, werden vorig jaar ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor 2021 geldt dezelfde versoepeling voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

Seizoensgebonden ondernemers
Voor seizoensgebonden ondernemers is de versoepeling niet effectief als de piek van hun werkzaamheden in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 valt. Voor deze ondernemers is – net als in 2020 – een aanvullende regeling getroffen. Ondernemers worden daarbij geacht in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 evenveel uren aan de onderneming te hebben besteed als in de periode 1 januari tot en met 30 juni 2019. De ondernemer kan met behulp van de administratie van 2019 achterhalen hoeveel uren hij of zij in het eerste halfjaar van dat jaar aan de onderneming heeft besteed en zo ook beoordelen of hij/zij in 2021 aan het urencriterium voldoet.

Geen versoepeld urencriterium met terugwerkende voor het laatste kwartaal 2020
Het urencriterium wordt niet met terugwerkende kracht versoepeld in het laatste kwartaal van 2020. Dit was begin april jl. het duidelijke antwoord van staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen hierover. De reden waarom de versoepeling niet gold in deze periode en wel in de periode 1 maart tot en met 30 september 2020 en 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 is in de omstandigheid dat ondernemers die zonder de coronacrisis op jaarbasis niet voldoen aan het urencriterium – en dus geen recht hebben op de ondernemersfaciliteiten – door de versoepeling in het laatste kwartaal daarvoor toch in aanmerking zouden komen. Dat vindt het kabinet ongewenst.

Invorderings- en belastingrente

Om het eerder afbetalen van de belastingschuld te stimuleren, wordt de invorderingsrente met ingang van 1 januari 2022 stapsgewijs verhoogd. Tot einde van dit jaar bedraagt de invorderingsrente nog bijna nihil (0,01%). Met ingang van 1 januari 2022 wordt het percentage vastgesteld op 1%. Op 1 juli 2022 wordt het verder verhoogd naar 2%. Vervolgens wordt het met ingang van 1 januari 2023 verhoogd naar 3% en met ingang van 1 januari 2024 bedraagt de invorderingsrente weer 4%. Opgemerkt wordt nog
dat sinds 1 oktober 2020 de belastingrente weer 4% bedraagt. Met ingang van
1 januari 2022 wordt de belastingrente voor de VPB zelfs nog verder verhoogd naar 8%. Dit betekent dat van groot belang is dat tijdig aangiften IB en VPB worden ingediend!

Overige lopende fiscale maatregelen:

Tot 1 oktober 2021 zijn de volgende maatregelen verlengd:

  1. uitstel van administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen
  2. het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers
  3. de onbelaste vaste reiskostenvergoeding
  4.  de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen
  5. het btw-nultarief op mondkapjes
  6. de btw-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel
  7. het btw-nultarief op COVID-19-vaccins en testkits
  8. het behoud van het recht op hypotheekrenteaftrek ingeval van een hypotheekbetaalpauze.

De bovenstaande goedkeuring om tijdelijk het nultarief toe te passen op de levering van bepaalde coronaproducten is uitgebreid. De goedkeuring geldt ook voor de levering van bepaalde zelftestkits en de levering van – en het testen met – bepaalde COVID-19-testkits. De zelftestkits die voor toepassing van de goedkeuring kwalificeren, zijn de Antigeen-zelftesten, waarvoor de minister voor Medische Zorg en Sport een ontheffing heeft verleend. De COVID-testkits die kwalificeren, moeten opgenomen zijn in de ‘COVID-19 In Vitro Diagnostics Devices and Test Methods Database’ van de Europese Commissie. Het Besluit noodmaatregelen coronacrisis is hierop aangepast.

Loonheffingen en sociale zekerheid

Vrije ruimte WKR

De vrije ruimte in de werkkostenregeling voor 2021 bedraagt 3% over de eerste € 400.000 loonsom per werkgever en 1,18% over het meerdere. Met de extra vrije ruimte krijgen werkgevers meer ruimte om eventuele thuiswerkvergoedingen die niet onder de gerichte vrijstellingen vallen, onbelast te vergoeden. Daarnaast is het mogelijk om onder voorwaarden bepaalde thuiswerkgerelateerde kosten onbelast te vergoeden, zoals bijvoorbeeld arbovoorzieningen en noodzakelijke ICT-middelen. Bij arbovoorzieningen kan gedacht worden aan het faciliteren van een ergonomisch verantwoorde werkplek, waaronder een bureaustoel. Onder ICT-middelen valt bijvoorbeeld een noodzakelijke laptop en internet. Maar ook een mobiele telefoon kan onbelast worden vergoed, mits de werkgever het gebruik daarvan noodzakelijk acht. Eventueel is het mogelijk dat de werkgever een bijdrage voor privégebruik vraagt.

Versoepelde administratieve verplichtingen

Werkgevers hebben allerlei wettelijke administratieve verplichtingen, maar zij kunnen daar door de coronacrisis niet, niet tijdig of niet geheel aan voldoen. Daarom hanteert de Belastingdienst een soepel beleid, waarbij werkgevers bij het niet nakomen van een administratieve verplichting de gelegenheid krijgen om de tekortkoming te herstellen, zodra zij dart kunnen. Hebben zij bijvoorbeeld niet tijdig aan de identificatieplicht voldaan, dan blijft het anoniementarief achterwege als zij de identiteit van de werknemer alsnog vaststellen, zodra zij daar in redelijkheid toe in staat zijn. Dit beleid is verlengd
tot 1 juli 2021.

Versoepeling onbelaste vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers kunnen een vaste onbelaste vergoeding afspreken met hun werknemers voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. De verandering van het reispatroon van werknemers door het thuiswerken, hoeft tijdelijk geen gevolgen te hebben voor de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding. Het gaat hier steeds om reiskostenvergoedingen die werkgevers vóór 13 maart 2020 (dus vóór de coronacrisis) onvoorwaardelijk aan hun werknemers hebben toegekend. Deze versoepeling is ook verlengd tot 1 oktober 2021.

Tip
Werkgevers hoeven de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding niet aan te passen, maar willen zij de vergoeding wel bijstellen bij een verandering van het reispatroon, dan behoort dit ook tot de mogelijkheden.

Lopende TVL-regeling

De vergoedingen in de TVL-regeling zijn verder omhoog gegaan voor het eerste (Q1) en tweede (Q2) kwartaal van 2021. Voor MKB-ondernemers (maximaal 250 medewerkers) is het maximale subsidiebedrag per kwartaal per onderneming verhoogd van € 330.000 naar € 550.000. Zij kunnen alleen nog voor het tweede kwartaal van 2021 TVL aanvragen via rvo.nl. Het subsidiepercentage van de TVL-regeling is voor dit kwartaal verhoogd van 85% naar 100%. Op 18 mei jl. kondigde staatssecretaris Keijzer aan dat ondernemers bij TVL Q2 de mogelijkheid krijgen om voor de referentieperiode te kiezen tussen Q2 2019 en Q3 2020. Daardoor schuift de verwachte datum waarop TVL Q2 kan worden aangevraagd een maand op: van de tweede helft van mei naar de tweede helft van juni 2021. Ondernemers die de exacte datum willen weten, kunnen zich aanmelden voor een update van de RVO. Zodra de aanvraagtermijn start, krijgen zij daar automatisch bericht van. Zij kunnen zich in hetzelfde formulier ook aanmelden voor een update over andere TVL-gerelateerde zaken.

TVL voor grote ondernemingen
Voor grotere ondernemingen is het maximale subsidiebedrag omhoog gegaan van € 400.000 naar € 600.000. Wat een grote onderneming precies is kan worden bepaald aan de hand van de MKB-toets van de RVO. Zij kunnen nog tot 10 juni 2021 TVL Q1 aanvragen. Wanneer de grote onderneming tot een concern behoort, kan slechts één aanvraag voor het hele concern worden ingediend. Daarbij geldt het maximum voor het hele concern.

eHerkenning niveau 3
Let op, ondernemers hebben minimaal eHerkenning niveau 3 nodig voor het aanvragen van TVL. Voor TVL over de periode juni-september 2020 en TVL over het laatste kwartaal van 2020 (Q4) kunnen zij tot 1 juli 2021 nog inloggen met eHerkenning niveau 1 en eHerkenning niveau 2 of 2+ voor het inzien van een aanvraag of te reageren op een vaststellingsverzoek. Gebruik je  voor de aanvraag DigiD of heb je  al eHerkenning 3 of hoger? Dan is er niets gewijzigd.

Let op!
De TVL-subsidie telt mee als inkomsten bij het omzetbegrip dat wordt gehanteerd binnen de NOW. Voor iedere euro extra TVL wordt daarom grofweg ongeveer 20 eurocent minder NOW uitgekeerd. Praktisch betekent dit dat de verhoging van de TVL ertoe zal leiden dat bedrijven in het tweede kwartaal minder NOW-steun zullen ontvangen. Per saldo wordt de subsidie wel hoger.

Er zullen ook bedrijven zijn die – door de verruiming van de TVL en vanwege het bovenstaande effect – geen NOW meer zullen ontvangen. Dit zijn bedrijven in sectoren met een hoog vastelastenpercentage (tenminste 34%) en met een omzetverlies relatief dicht bij de omzetverliesdrempel van 30% in de TVL. Ook is mogelijk dat zij hierdoor per saldo minder steun ontvangen.

TVL op basis van feitelijke hoofdactiviteit
De SBI-code is steeds de basis geweest waarop werd beoordeeld of de ondernemer in aanmerking kon komen voor de TVL-regeling. Dit beleid is – na goedkeuring door de Europese Commissie – vanaf het eerste kwartaal 2021 gewijzigd. Ondernemers kunnen namelijk TVL of een hogere TVL krijgen als hun feitelijke activiteiten op 15 maart 2020 in werkelijkheid anders waren dan uit de inschrijving in het Handelsregister blijkt. Voorwaarde is dat zij kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit feitelijk een andere is dan die uit de SBI-code in het Handelsregister blijkt. De RVO past het gewijzigde beleid dan toe in de bezwaarprocedures op dit punt over het eerste kwartaal 2021(Q1). Zodra dat kan, wordt het gewijzigde uitgangspunt in de TVL voor het tweede kwartaal (Q2) al in de aanvraagprocedure verwerkt. Maar heeft de ondernemer bezwaar gemaakt op dit punt over het eerste kwartaal en gelijk gekregen, dan wordt dit automatisch verwerkt in de aanvraag over het tweede kwartaal.

Voorraadsubsidie gesloten detailhandel
Ondernemers in de non-foodsector die voorraden ingekocht hebben die na de lockdown niet meer konden worden verkocht of die in waarde zijn verminderd, komen in aanmerking voor de eenmalige Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD). Deze tegemoetkoming bedraagt in het eerste kwartaal maximaal € 300.000. De voorraadsubsidie bestaat uit een opslag van 21%-punt op de TVL over het eerste kwartaal en hoeft niet te worden aangevraagd. Ondernemers die er recht op hebben, krijgen de voorraadsubsidie automatisch uitgekeerd als zij TVL over het eerste kwartaal hebben aangevraagd. De VGD wordt niet verlengd in het tweede kwartaal.

Regeling specifieke kosten land- en tuinbouw
In de land- en tuinbouw is veelal sprake van doorlopende kosten voor het in leven houden van planten en dieren. Deze kosten vloeien voort uit een continu of lang-cyclische productie die niet eenvoudig aangepast kan worden. Daarom kunnen ondernemers in de betreffende landbouwsectoren (SBI-codes 1.1 tot en met 1.5) een opslag van 21%-punt krijgen bovenop de TVL. Ook deze opslag met een maximum van € 225.000 voor de hele coronaperiode in 2021 wordt automatisch aan de ondernemers uitgekeerd als zij TVL Q1 en/of Q2 hebben aangevraagd.

Kwartaal langer TVL

Het kabinet wil de TVL per 1 juli 2021 verlengen met één kwartaal (TVL Q3), vrijwel zonder aanpassingen. Dit biedt ondernemers ook de ruimte om zich voor te bereiden op mogelijke wijzigingen in en afronding van het steunpakket in het vierde kwartaal. Het vergoedingspercentage blijft 100% en ook de omzetdervingsdrempel van 30% blijft. De regeling blijft in het derde kwartaal ook openstaan voor niet-mkb bedrijven. Het maximumbedrag dat een mkb-ondernemer kan ontvangen blijft € 550.000. Voor grote bedrijven is het maximumbedrag voor Q2 verhoogd naar €1.2 miljoen, maar dit wordt voor TVL Q3 weer teruggebracht naar € 600.000. In het derde kwartaal (Q3) blijft ook de keuzemogelijk voor het referentiekwartaal. De ondernemer kan kiezen tussen Q3 2020 in plaats van Q3 2019.

Startersregeling gepubliceerd

De aparte regeling voor startende ondernemers die is gebaseerd op de TVL-regeling, is  gepubliceerd in de Staatscourant. Het loket van de Startersregeling Q1 is op 31 mei 2021 om 9.00 uur opengegaan. De regeling kan tot 12 juli 2021  17.00 uur worden aangevraagd.

De belangrijkste voorwaarden en criteria  zijn:

  • De doelgroep is ondernemers die zich tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 hebben ingeschreven in het Handelsregister van de KvK;
  • De regeling geldt voor het eerste en het tweede kwartaal van 2021;
  • De referentieperiode wordt het derde kwartaal van 2020;
  • Het minimale omzetverlies per kwartaal is 30% ten opzichte van de omzet in het derde kwartaal van 2020;
  • De vaste laste bedragen minimaal € 1.500 per kwartaal. Dit wordt berekend met het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort;
  • Het subsidiepercentage is 85%;
  • Het minimale subsidiebedrag is € 1.500 per kwartaal en het maximale bedrag is €124.999 per kwartaal.

Let op
Starters die hun onderneming zijn gestart tussen 1 oktober 2019 en 15 maart 2020 komen ook voor de reguliere TVL Q1 in aanmerking.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

De TONK-regeling geldt met terugwerkende kracht van 1 januari tot en met 30 juni 2021. De regeling is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen. Zij kunnen daardoor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud niet meer voldoen. Hiervoor bieden andere regelingen niet of onvoldoende soelaas. Dit geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen, maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten.

Tozo 4.0

Tot 1 juli 2021 kunnen ondernemers nog gebruikmaken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 4.0 (Tozo 4.0), mits zij aan de voorwaarden voldoen. Tozo 4.0 bestaat uit een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum en/of een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. Ondernemers kunnen de inkomensaanvulling Tozo 4.0 (periode van 1 april 2021 tot juli 2021) bij hun woongemeente aanvragen met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand. Er vindt (bij de aanvraag inkomensondersteuning) geen vermogenstoets plaats, wel een partnertoets. Op 1 juni 2021 kan dus de uitkering worden aangevraagd vanaf 1 mei en op 1 juli de uitkering vanaf 1 juni 2021.

Verlenging Tozo en TONK

Het kabinet stelt voor om ook de Tozo en TONK te verlengen in het derde kwartaal. De focus komt bij toekomstige aanvragen meer te liggen op het ondersteunen en stimuleren van ondernemers, zodat zij zo snel mogelijk weer op eigen benen kunnen staan. Hiervoor wordt in de Tozo een aanvullende informatieplicht opgenomen. Hierdoor kunnen gemeenten een beter beeld krijgen van de ondernemers die eventueel nog extra ondersteuning nodig hebben. Die ondersteuning ziet onder andere op het levensvatbaar houden of maken van de onderneming, scholing, de zoektocht naar een baan in loondienst en de aanpak van schulden.

Langer en later Tozo-lening terugbetalen
De terugbetaling van de Tozo-lening voor bedrijfskapitaal is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Er wordt tot die tijd geen rente in rekening gebracht. Ook is de looptijd van de lening aangepast, van 42 naar 60 maanden, waarbij 2% rente in rekening wordt gebracht vanaf het moment van terugbetaling.

Meer ruchtbaarheid geven aan TONK
De minister van SZW heeft betrokken partijen gevraagd om de TONK ruimhartig toe te passen en de bekendheid en het bereik te vergroten. Meerdere grote gemeenten hebben dit inmiddels aangekondigd. Aanleiding is het feit dat de TONK tot nu toe veel minder wordt gebruikt dan was verwacht.

Tijdig NOW-subsidie vijfde tranche aanvragen

Werkgevers kunnen nu NOW-subsidie voor de vijfde tranche (april t/m juni) aanvragen bij het UWV. Het loket is daartoe open tot en met 30 juni 2021. De voorwaarden zijn gelijk aan die van de vierde tranche. Het maximale vergoedingspercentage is 85% van de loonsom. Werkgevers moeten ten minste 20% omzetverlies lijden en het maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer bedraagt € 9.718 per maand (2x het maximum dagloon van € 4.859). Hebben zij ook voor de vierde tranche NOW-subsidie gehad, dan moeten de omzetperiodes op elkaar aansluiten. Ook in de vijfde tranche mogen werkgevers de loonsom geleidelijk verminderen met 10% ten opzichte van de loonsom van juni 2020, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van hun werknemers.

Aanvragen terugbetalingsregelingen NOW 1.0 en 2.0

Na de vaststelling van de definitieve NOW-steun kan blijken dat de werkgever te veel NOW-steun heeft ontvangen en deze moet terugbetalen. Daarvoor kan een betalingsregeling worden getroffen met het UWV. Dat kan telefonisch (088- 898 20 04) maar ook digitaal via formulieren. Momenteel is er een formulier beschikbaar voor de terugbetaling van NOW-steun over de eerste periode (maart t/m mei 2020) en een formulier voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). Voor het invullen van het formulier heeft de werkgever het loonheffingennummer en het bedrag van de terugbetaling nodig. De werkgever kan zelf aangeven in hoeveel maandelijkse termijnen het bedrag kan worden terugbetaald.

Let op
De werkgever kan dus niet eerder een terugbetalingsregeling aanvragen, dan dat hij of zij een beslissing heeft ontvangen op de aanvraag van de definitieve vaststelling.

Langer NOW

Het kabinet heeft het voornemen de NOW ongewijzigd te verlengen met een periode van drie maanden. NOW 4.0 zal dus lopen van 1 juli tot en met 30 september 2021 en net als bij NOW 3.0 zal het maximale vergoedingspercentage 85% zijn en de loonsomvrijstelling 10% van de loonsom. Ook blijft het minimale omzetverlies om voor de NOW in aanmerking te komen 20%, de forfaitaire opslag voor de werkgeverslasten 40% en de maximale vergoeding per werknemer twee keer het maximum dagloon. Een belangrijke wijziging is dat voor de loonsom februari 2021 als referentiemaand wordt gehanteerd. Voor NOW 3.0 (3e, 4e en 5e tranche) was dat juni 2020, maar die is niet meer representatief.

Het kabinet heeft gekeken naar twee mogelijkheden om de NOW te verruimen:

  1. een andere berekening van de definitieve subsidie bij een lagere loonsom.
  2.  de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) niet langer tot het omzetbegrip voor de NOW rekenen.

Het kabinet is van mening dat de eerste optie te grote risico’s met zich meebrengt op juridisch terrein, voor de uitvoering door UWV en op misbruik en oneigenlijk gebruik. Alle voor- en nadelen van beide opties overwegende, kiest het kabinet voor optie 2. Werkgevers die NOW 3.0 en NOW 4.0 aanvragen of hebben aangevraagd, hoeven geen rekening meer te houden met ontvangen TVL-subsidie bij de vaststelling van de
NOW-subsidie.

Voorbeeld uit de Kamerbrief
Een café met een omzet van € 120.000 per kwartaal, een loonsom van € 20.650 en € 30.000 vaste lasten krijgt bij een omzetverlies van 40% in Q3 2021 voor dat kwartaal in totaal € 21.833 aan subsidie (€ 12.000 TVL + € 9.833 NOW). Wanneer de TVL als omzet zou gelden voor de NOW, zou de subsidie in totaal € 19.375 zijn (€ 12.000 TVL + € 7.375 NOW). De ondernemer gaat er door de aanpassing van het omzetbegrip per saldo
€ 2.458 op vooruit.

Terugbetaling NOW en TVL

Als bij de definitieve vaststelling van NOW en TVL blijkt dat een ondernemer een te hoog voorschot heeft ontvangen, moet dat bedrag worden terugbetaald aan het UWV respectievelijk de RVO. Na de vaststelling krijgt elke ondernemer standaard zes weken de tijd om het openstaande bedrag terug te betalen. Lukt dit niet om wat voor reden dan ook, dan kan hij of zij een terugbetalingsregeling afspreken voor meerdere termijnen. De ondernemer kiest in goed overleg zelf welke terugbetalingstermijn het beste bij zijn/haar omstandigheden past, waarbij het UWV en de RVO zich coulant opstellen. Er wordt geen rente berekend. De ondernemer kan voor de betalingsregeling digitaal of telefonisch een verzoek indienen. In het geval van een hoge vordering (RVO) of niet reageren (RVO en UWV) wordt de ondernemer proactief benaderd. De uitvoeringsorganisaties bieden termijnen aan tot en met vijf jaar. Een ondernemer kan uiteraard ook altijd, na contact met het UWV en de RVO, zijn terugbetaling (deels) eerder aflossen dan afgesproken, bijvoorbeeld wanneer de omzet weer aantrekt.

circle circle circle circle circle