maandag 11 mei

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) op enkele punten verruimd

De ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW) is op enkele punten verruimd. Onderstaand een overzicht van de precieze verruimingen.

Afwijking bepaling omzetdaling op concernniveau

Het is sinds 5 mei 2020 toegestaan dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij – in plaats van op concernniveau – als er bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Uit een accountantsverklaring zal moeten blijken dat er sprake is van minder dan 20% omzetdaling op concernniveau en dat er sprake van tenminste 20% omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij. De omzetdaling wordt uitgedrukt in hele procenten en afgerond naar boven.

Vervolgens bepaalt de hoogte van de omzetdaling bij de werkmaatschappij de hoogte van de NOW-subsidie. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de hoofdregel, waarbij de omzetbepaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet.

Let op!
Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven. Dit geldt niet voor percentage aan omzetverlies.

Voorwaarden:

  1. de subsidieaanvraag – het voorschot – is gedaan na 5 mei 2020;
  2. het is geen personeels-bv.
    Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op het concernniveau;
  3. de werkgever handelt in overeenstemming met een overeenkomst, die door hem voorafgaand aan de subsidieaanvraag wordt aangegaan, inclusief dagtekening, met de belanghebbende verenigingen van werknemers en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, over werkbehoud. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers;
  4. het groepshoofd (met consolidatieplicht artikel 2:406 BW) of de moedermaatschappij (artikel 2:24a BW), verklaart voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen dividenden aan aandeelhouders of bonussen aan de Raad van Bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop dit artikel wordt toegepast, waaronder mede begrepen winstdelingen, zullen worden uitgekeerd of eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Met dividend worden gelijkgesteld andere winstuitkeringen aan derden buiten de groep;
  5. de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en
  6. de omzetdaling van de groep bedraagt minder dan 20% in de gekozen meetperiode. Aanvragen die eerder dan 5 mei 2020 zijn ingediend, zijn uitgegaan van een omzetdaling van minstens 20% op concernniveau en komen derhalve niet in aanmerking komen voor deze wijziging, omdat de voorwaarde is dat het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Is er bij de aanvraag voor het voorschot een omzetdaling van ten minste 20% voor het concern opgegeven, terwijl dat in werkelijkheid minder blijkt te zijn, kunnen, gelet op voorwaarde a, niet alsnog een aanvraag indienen voor een werkmaatschappij.

Controlewaarborgen
Met het oog op het beperken van strategisch gedrag worden een aantal voorwaarden en waarborgen voorgesteld. Over deze voorwaarden is overleg gevoerd met de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). In de nog op te stellen standaarden van accountants wordt nog uitgewerkt hoe de controle van de accountant hierop plaatsvindt. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle.

  1. Geen werkzaamheden overdragen aan de andere werkmaatschappijen
    De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de werkmaatschappij, die de subsidie aanvraagt, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor die andere werkmaatschappij afwijkend zijn. Het is dan ook niet toegestaan in of over de meetperiode op een laat of later moment opdrachten om te boeken naar een andere werkmaatschappij. Dit betekent dat de subsidie vragende werkmaatschappij geen werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern voor de werkzaamheden behorende tot de omzet zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 van de subsidie vragende werkmaatschappij of, bij gebrek aan deze cijfers, de jaarcijfers 2018.
  2. Bij uitlening van werknemers wordt de omzetdaling gecorrigeerd
    Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidie-tijdvak activiteiten ondernemen bij een ander entiteit binnen het concern, dan dient bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders). Voorwaarde is dat de grondslagen en normale procedures voor uitlening niet aangepast mogen worden. Voor deze berekening wordt uitgegaan van de omzet per loonkosteneenheid zoals deze in de werkmaatschappij in 2019 is gegenereerd. Aanvullend personeel (dus geen vervanging) dat pas sinds februari 2020 verloond wordt telt hier niet bij mee (daar kan namelijk ook geen subsidie over worden ontvangen). Indien een werkmaatschappij de omzet al op deze manier corrigeert via facturering, en men aan deze voorwaarde voldoet, dan hoeft de omzetdaling natuurlijk niet dubbel te worden gecorrigeerd. Dit wordt door de accountant onderzocht.
  3. Het transferpricing systeem mag niet worden aangepast
    Het Transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen. In de regeling wordt namelijk niet verplicht gesteld dat het dient te gaan om externe omzet. Reden daartoe is dat er anders een discrepantie kan ontstaan tussen concerns die hun externe omzet wel via een verkoop-bv laten lopen en concerns die een iets andere structuur hebben. Als dit niet goed door de werkmaatschappij wordt berekend, dan dient de omzet te worden herberekend op basis van de eerder gehanteerde interne verrekeningprijzen.
  4. Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet van de werkmaatschappij toegerekend
    Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen. De accountant zal onderzoeken of de werkmaatschappij dit heeft gedaan in de omzetberekening.

Akkoord openbaarmaking subsidiedossier

De werkgever die een tegemoetkoming aanvraagt, wordt geacht akkoord te zijn met het eventueel openbaar maken van informatie uit het subsidiedossier. Dit betreft de naam en het adres van werkgever, het verstrekte voorschot en de vastgestelde subsidie.

Buitenlands bankrekeningnummer

Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet meer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren.

circle circle circle circle circle